De
Poldermoslima Hoofddoekbrigade
Wij zijn loyaal aan de Nederlandse Grondwet.
Jullie ook?
Een groep mondige
moslimmeiden en vrouwen (met en zonder hoofddoek) zoekt - samen met bondgenoten
- contact met werkgevers en andere arbeidsmarktpartijen om te bewerkstelligen
dat zij een actief beleid gaan voeren om alle vormen van discriminatie tegen te
gaan en om in het bijzonder ook vrouwen met een hoofddoek en moslimvrouwen in
het algemeen een eerlijke(re) kans te geven op stage- en arbeidsplaatsen. Een
concreet bezoek kan ook enigszins het karakter van een open sollicitatie
hebben, doordat vrouwen die dat willen bijvoorbeeld hun c.v. zouden kunnen
afgeven. Afhankelijk van het soort bedrijf, de sfeer en de ontvangst, valt ook
te denken aan andere activiteiten zoals gesprekken met de ondernemingsraad,
contacten met de vakbonden, lunchpauzebijeenkomsten, folderen enzovoorts.
Daarnaast kan zo'n groep
ook in algemenere zin contact zoeken met de overheid, de politiek, de media,
werkgeversorganisaties, vakbonden, de arbeidsbemiddeling,
De toegang tot de
arbeidsmarkt wordt bemoeilijkt door de huidige negatieve beeldvorming over
moslims en de islam. Verandering van deze beeldvorming in meer positieve én
realistische zin is dan ook de tweede doelstelling van de brigade.
De derde doelstelling
bestaat uit het naar behoefte versterken van de toerusting van de vrouwen zelf
om de confrontatie met een soms onwillige arbeidsmarkt en negatieve
beeldvorming beter aan te kunnen gaan, bijvoorbeeld door sollicitatie- en
weerbaarheidstrainingen en andere vormen van empowerment.
Organisatorisch gaat het
om een groep die stichting Ibno Khaldoun als uitvalsbasis gebruikt (met enige
ondersteuning en begeleiding; dit initiatief komt uit de meidengroep van Ibno
Khaldoun), maar die open staat voor alle moslimmeiden en vrouwen, georganiseerd
of niet, uit Amsterdam of zelfs heel Nederland. Een kerngroep zal met steun van
Ibno Khaldoun een startplan uitvoeren (het organiseren van een moslima-netwerk,
een comité van aanbeveling en een arbeidsmarktconferentie) en de aanzet geven
voor verdere activiteiten.
Argumenten
en uitgangspunten:
1. Wij zijn tegen vrouwenonderdrukking en voor gelijke rechten
voor vrouwen, en voor alle mensen, ongeacht geloof, sekse, ras, afkomst
enzovoorts.
Velen van ons dragen een hoofddoek om hun geloofsintentie
en hun moslimidentiteit tot uitdrukking te brengen, uit vrije keus en niet
omdat hun vaders of mannen dat eisen. Maar discriminatie op de arbeidsmarkt is
op dit moment misschien wel het grootste obstakel voor ons emancipatieproces.
Als je wil dat wij (nog verder) 'integreren' moet je ons wel de kans geven.
2. Wij zijn Nederlandse burgers en wij willen mee
(kunnen) doen. Juist Nederland kent een eeuwenoude traditie van religieuze
diversiteit en geloofsvrijheid. Wij zijn tegen geweld en voor een vreedzame,
tolerante same
3. Bij onze geloofsintentie hoort ook (het streven naar)
maatschappelijke verantwoordelijkheid en een serieuze, verantwoordelijke
werkhouding. Je zou als werkgever wel een dief van je eigen portemonnee moeten
zijn als je daar geen gebruik van wil maken. Economisch gezien komt de
onderbenutting van onze talenten neer op de verspilling van menselijk kapitaal.
4. Alle vrouwen, hoofddoek of niet, zouden door mannen
gerespecteerd moeten worden, maar een deel van ons (niet allemaal, wij zijn ook
divers) willen met hun hoofddoek nog eens extra tot uitdrukking brengen eerder
als mens dan als lustobject gezien te willen worden. Is dat nou zo
on-Nederlands? Voor alle duidelijkheid: elke vrouw die voor de islam kiest moet
ook in alle vrijheid zelf kunnen kiezen of zij wel of niet een hoofddoek
draagt, “in het geloof is geen dwang”.
5. Effectieve discriminatiebestrijding, insluiting in
plaats van uitsluiting, en verandering van de beeldvorming zijn van groot
belang voor het terugdringen en voorkomen van extremisme, en ook voor het
voorkomen van marginalisering en polarisatie in de volgende generatie.
Waarom alleen meiden/vrouwen?
Je gaat frontaal in tegen het krachtige vooroordeel dat
moslimvrouwen niet mondig genoeg zouden kunnen zijn om voor zichzelf op te
komen, je laat een stuk echte emancipatie zien. En wie weet openen de vrouwen
de deuren voor de mannen.
Plan
van aanpak
Het plan van aanpak valt in twee delen uiteen:
a. Het kernplan:
poldermoslima-netwerk opbouwen, comité van aanbeveling organiseren, (arbeidsmarkt)conferentie,
en (aanzet) bedrijvencampagne. Dit kernplan wordt uitgevoerd door en onder
regie van de kerngroep (op dit moment vier personen), onder de
eindverantwoordelijkheid van Ibno Khaldoun.
b. Overige ideeën.
Dit betreft ideeën die vooral in een later stadium de moeite waard kunnen zijn
om uitgevoerd te worden, waaronder de meest ideeën gericht op beeldvorming (de
tweede doelstelling). Een aantal van deze ideeën is trouwens wel erg ambitieus,
maar ze zijn er toch bij gezet om op zijn minst de fantasie te prikkelen en
natuurlijk is het te verwachten dat er nog andere ideeën ontstaan. Op dit
moment valt dus nog niet precies te zeggen welke ideeën uitgekozen zullen
worden en hoe die concreet aangepakt zullen worden. De kerngroep kan hier zeker
een organisatorische rol in hebben, maar ook andere deelnemers komen hier
nadrukkelijk in beeld en een min of meer strakke regie, zoals die voor het
kernplan wel geldt, is hier niet persé nodig.
Het
kernplan
1. Poldermoslima-netwerk organiseren:
moslimmeiden en vrouwen (al dan niet in organisaties) mobiliseren om mee te
doen als vrijwilligers om werkgevers te bezoeken en voor andere activiteiten,
zoals een stedelijke conferentie (om de zaal vol te krijgen en anderszins).
Voorwaarde om mee te doen is het accepteren van het plan (de basistekst:
doelstellingen, aanpak en argumentatie). Eventueel zou je in het kader van een
wervingsactie het plan ook op diverse sites op het internet kunnen zetten, en ook een eigen website zou hiervoor gebruikt kunnen worden.
Concreet zouden deze vrouwen vanaf het begin op de
volgende manieren bij dit initiatief betrokken kunnen worden:
a. zij kunnen vrouwen mobiliseren om naar de conferentie
te komen en de email-adressen en telefoonnummers van die vrouwen aan de
kerngroep doorgeven, zodat de kerngroep kort voor de conferentie niet alleen
organisaties, maar ook die individuele vrouwen (weer) kan uitnodigen;
b. zij kunnen (al dan niet dezelfde) vrouwen mobiliseren om zich als (toekomstige) vrijwilligers op te geven;
c. subgroepjes
(al dan niet lokaal, zoals bij Ibno
Khaldoun) zouden alvast aan de slag kunnen met de overige ideeën: erover nadenken, voorbereiden, (experimenteel)
toepassen in de praktijk en modellen ontwikkelen waar andere vrouwen zich weer
bij kunnen aansluiten of die zij ergens anders kunnen toepassen;
d. we zouden voor geïnteresseerde vrouwen één of meer bijeenkomsten kunnen beleggen (mogelijk
ook één speciaal voor BOMO-organisaties) voor voorlichting (plan uitleggen),
mobilisatie/inspiratie en discussie over de algemene problematiek en de
invulling van de overige ideeën,
maar de kerngroep moet de uitvoering van het kernplan bewaken en daar de regie
over houden. We zouden ook alvast de belangstelling voor de overige ideeën
kunnen peilen (maar dat zou ook per email en dergelijke kunnen), zo zouden er
ook nieuwe ideeën kunnen ontstaan;
e. zij kunnen van zichzelf en van anderen zo concreet
mogelijke (discriminatie-) ervaringen op
de arbeidsmarkt inventariseren (stageplaatsen, solliciteren, bejegening door
collega’s, promotiekansen, etc.). Het zou prettig zijn (maar niet persé nodig)
als we daar ook een eigen website
voor zouden kunnen gebruiken, en we zouden ook met andere websites kunnen
samenwerken (Marokkaanse, Anja Meulenbelt enzovoorts). Wij kunnen deze
informatie, al dan niet anoniem, direct delen met het Meldpunt Discriminatie
en mogelijk tot een Zwartboek komen
(zie ook overige ideeën 6. en 7.). Op deze
manier kunnen we een beter beeld krijgen van ‘hoe erg het is’, het soort
ervaringen, bij welke bedrijven en in welke sectoren, en waar de grootste
problemen en mogelijkheden liggen.
In een later stadium zal dit
poldermoslima-netwerk ook een belangrijke rol moeten spelen in de keuze en
realisatie van de overige ideeën.
2. Comité van aanbeveling
organiseren. Juist omdat de positie van moslims in het huidige Nederland zo
omstreden is, is het meegenomen om over een zo 'zwaar' mogelijk comité van
aanbeveling te beschikken, om daarmee een zo breed mogelijk maatschappelijk
draagvlak te creëren. Idealiter met bijvoorbeeld prinses Maxima als
beschermvrouwe (maar dat zal wel niet meer haalbaar zijn), en de huidige
voorzitter van de SER (Sociaal Economische Raad), Rinnooy Kan (heeft zich
meermalen tegen discriminatie uitgesproken) boven aan de lijst en vervolgens zo
mogelijk alle werkgeversorganisaties en vakbonden, landelijk en Amsterdams. Ook
politici als burgemeester Cohen/wethouder Ossel of minister Vogelaar. Om ook in
cultureel/religieus opzicht een breed moreel draagvlak te creëren
(belangrijk in het huidige islamofobe klimaat), lijkt het zinnig om de steun
van alle Amsterdamse religieuze en levensbeschouwelijke koepels te verwerven
(naast moslims ook protestanten, katholieken, joden, hindoes, boeddhisten en
humanisten), bij voorkeur vóór de stedelijke conferentie.
3. Stedelijke conferentie
organiseren als 'startschot' of 'aftrap' van de campagne om individuele
werkgevers te benaderen, en van andere activiteiten: een zaal met veel
moslima's en anderen (en media-aandacht), die een panel van o.a. vertegenwoordigers
van werkgevers, vakbonden en werkbemiddelaars zoals uitzendbureaus en het DWI
het vuur aan de schenen leggen en om (concrete) toezeggingen, commitment en
eventueel ook samenwerking vragen. Het zou het mooist zijn als hier een soort convenant uit zou komen, waarbij de
diverse partijen zich verplichten om zowel apart als gezamenlijk
arbeidsmarktdiscriminatie van met name vrouwen met een hoofddoek actief aan te
pakken. Een dergelijk convenant zou een goed uitgangspunt zijn voor een daarop
volgende bedrijvencampagne.
In dat panel zouden ook vertegenwoordigers van
bijvoorbeeld de politiek, de vrouwenbeweging en religieuze en
levensbeschouwelijke stromingen kunnen zitten (maar dat zou ook een ander panel
op dezelfde dag kunnen worden, of zelfs een andere bijeenkomst); qua
vrouwenbeweging bijvoorbeeld een debat met Cisca Dresselhuys (hoofdredacteur van het feministisch maandblad Opzij,
zij wil geen vrouw met hoofddoek in de redactie) en Anja Meulenbelt (ook
feministe van het eerste uur, SP, Palestina-activiste, solidair met moslims).
Om de uitstraling van een dergelijke conferentie te
vergroten zou deze gecombineerd kunnen worden met andere activiteiten,
bijvoorbeeld een modeshow met hoofddoeken en 'representatieve' bedrijfskleding
('wij zijn ook representatief') van beroepen waarin moslima's zouden willen
werken, maar daarbij tegenwerking ondervinden. Bijvoorbeeld de kledingbranche
(mogelijk ook als doelwit van een aparte campagne). Die bedrijfskleding zou ook
zelf ontworpen kunnen worden of in samenwerking met (solidaire) studenten van
de modeacademie. De deelneemsters aan de modeshow zouden korte statements
kunnen maken om de boodschap nog eens op een persoonlijke manier over te
brengen (en naast mode ook nog brains te tonen).
4.
Na de conferentie: (aanzet) bedrijvencampagne en voortgangsbewaking
Eerste doelstelling: arbeidsmarkt.
In zekere zin begint pas na de conferentie ‘het echte werk’, namelijk de
campagne gericht op (individuele) bedrijven. Uiteraard zal de kerngroep die
niet alleen kunnen voeren. Het zal er dan op aankomen hoeveel actieve
moslima-vrijwilligers er zijn en ook wat je van bondgenoten kunt verwachten.
Het maakt bijvoorbeeld nogal wat uit of er wel of geen convenant is, of je
steun kunt krijgen van (leden van) ondernemingsraden enzovoorts. Er zal dan ook
een tussenevaluatie moeten komen om
te kijken wat er tot dan toe bereikt is en wat de beste manieren zijn om
vandaar uit verder te gaan, ook organisatorisch. De kerngroep zal daar een
aanzet toe geven en ook kijken hoe de voortgang het best bewaakt kan worden.
Een aantal ideeën die met de follow-up
te maken hebben zijn te vinden bij de ‘overige ideeën’.
Tweede doelstelling: beeldvorming.
Zoals gezegd kan de kerngroep (of haar eventuele organisatorische opvolger)
hier zeker een rol in vervullen door enerzijds zelf initiatieven te nemen en
anderzijds initiatieven te coördineren en te ondersteunen, maar een strakke
regie is hier niet persé nodig (en een te strakke regie kan zelfs
contraproductief zijn, het gaat er juist om creativiteit en energie los te
maken).
Derde doelstelling: empowerment
en trainingen. Het deelnemen aan activiteiten zoals deze is op zich al een
praktijkschool, waarin mensen veel van elkaar en van hun ervaringen kunnen
leren. Het is evenwel goed mogelijk dat gaandeweg een deel van de
poldermoslima’s behoefte blijkt te
hebben aan aanvullende trainingen en cursussen, maar dat zal per vrouw
verschillend liggen. Daarom is er in dit plan geen vastomlijnd trainingsaanbod
opgenomen, maar het is wel de bedoeling deze mogelijke behoefte te onderkennen
en zonodig met een aanbod te komen.
Overige
ideeën
5. Website met discussieforum.
Vereist actief onderhoud en monitoring (moderator), en een strategische plek op
het internet. Kan ook gebruikt worden voor voorlichting en werving.
6. Samenwerking met Meldpunt Discriminatie. Suzanne Hansen, aanwezig op de jeugdconferentie in
Oost/Watergraafsmeer (op 20 september 2006), heeft zich daartoe al enthousiast
bereid getoond, ook al kon zij niet namens de hele organisatie praten.
Bijvoorbeeld door discriminatie-klachten van moslima's te verzamelen (en te
behandelen), maar ook omgekeerd door bedrijven te bezoeken die in het verleden
op dit punt met het Meldpunt te maken hebben gehad.
7. Als de inventarisatie van arbeidsmarktervaringen
genoeg materiaal oplevert, zou gedacht kunnen worden aan de uitgave van een Zwartboek
(‘Hoofddoek en arbeidsmarkt’ of ‘Hoofddoek-discriminatie op de arbeidsmarkt’),
al dan niet samen met het Meldpunt, dat we vervolgens aan de politiek enzovoorts
zouden kunnen aanbieden. Het is dan wel zaak om niet een overdreven negatief
beeld neer te zetten maar eerder een realistisch beeld (en dat is al negatief
genoeg). Dat zou eventueel gecombineerd kunnen worden met ‘serieus’
sociaal-wetenschappelijk onderzoek, bijvoorbeeld vanuit het IMES
(Instituut voor Migratie- en Etnische Studies).
8. Lijst van bedrijven maken die bezocht zouden moeten worden (bijvoorbeeld in samenwerking
met het Meldpunt). Bijvoorbeeld bedrijven waar juist moslimmeiden vaak mee te
maken hebben, zoals bedrijven met veel (maar voor hun moeilijk te krijgen)
stageplaatsen, of uitzendbureaus. Maar je kunt ook denken aan grote
toonaangevende bedrijven (zoals ABN-AMRO) die je met veel tamtam en
media-aandacht zou kunnen bezoeken. Hier moet uiteraard goed over nagedacht
worden.
9. Bedrijven-toptien publiceren (b.v.
jaarlijks): lijst van bedrijven die het goed doen of die een positief
veranderingsproces zijn gestart, tegenover een zwarte lijst van
bedrijven die zich schuldig blijven maken aan hoofddoekdiscriminatie; Gouden
Hoofddoek-prijs voor het beste bedrijf (je zou ook kunnen denken aan
sponsoring, maar in verband met de onafhankelijkheid kun je dat beter niet doen,
of daar heel kritisch mee omgaan) en omgekeerd een Zwarte Schaap-prijs voor het slechtste bedrijf, je zou
bijvoorbeeld letterlijk een zwart schaap (eventueel met Geert Wilders-kuif, arm schaap) kunnen aanbieden,
of anders een Zondebok (‘Jij maakt
ons tot zondebok? Hier, mag je hem terughebben’), uiteraard onder het toeziend
oog van de media. 'Goede' bedrijven (en hun producten) zou je ook hoofddoekvriendelijk
kunnen verklaren, 'goedgekeurd door de Poldermoslima Hoofddoekbrigade'
(analoog aan 'goedgekeurd door de Nederlandse Vereniging van Huisvrouwen').
10. Jaarlijkse Hoofddoekdag
organiseren, bijvoorbeeld met een prijsuitreiking voor het beste bedrijf of
voor de 'Poldermoslima van het jaar’, een conferentie of een andere manifestatie
(demonstratie, antidiscriminatie hoofddoeken uitdelen, gratis halal-picknick);
of iets doen op Internationale Vrouwendag (8 maart), juist om aan te
tonen dat hoofddoek en emancipatie heel goed samen kunnen gaan.
11. Speciale hoofddoeken
ontwerpen die de boodschap duidelijk maken, liefst ook een beetje humoristisch.
B.v. hoofddoeken met 'PM' (Polder Moslima, maar ook Prime Minister), of met een
groen maansikkeltje maar een oranje sterretje, of met molentjes (molenwiekjes;
'gek genoeg om in dit ... land toch poldermoslima te willen zijn'), of iets met
rood-wit-blauw of oranje; andere visuele middelen, zoals kleding,
buttons, stickers, folders, ballonnen, video's, foto's, posters, cartoons,
enzovoorts. Je zou ook een wedstrijd
kunnen uitschrijven voor de origineelste ideeën.
Als ‘aftrap’ zou je ook kunnen denken aan een poster-campagne
à la 'Loesje'
(maatschappelijke statements met raadselachtige afzender, waardoor de
nieuwsgierigheid wordt gewekt) en als iedereen zich afvraagt wie die PMHB is
met een persbericht komen waarin bijvoorbeeld de conferentie wordt
aangekondigd. Aan zoiets zouden ook heel goed solidaire jongens/mannen kunnen
en misschien wel moeten meewerken.
Voorbeeld
1: een ‘Red de polder’ poster met twee door de polder
fietsende moslima’s (met een beetje verschillende huidskkleur en hoofddoeken,
b.v. 'Turks' en 'Marokkaans') en een gure tegenwind blazende Wilderskop met
‘hate speech tsunami’-ballon en 'Ik lust ze rauw', en bij die kop 'Dit is een Germaanse
Windgod' ('en niet Geert Wilders', maar wel dezelfde
initialen G.W.). Zegt de ene: ‘En dan ook nog het echte broeikaseffect’,
en de andere:‘Gelukkig zijn wij altijd al groen geweest’ met vlaggetje green muslims met groen maansikkeltje en
oranje sterretje, en ergens anders: Poldermoslima
Hoofddoekbrigade.
Voorbeeld
2: weer polderlandschap, ‘exotische’ bloem met hoofddoek,
bekeken door twee biologen, de ene, voorovergebogen, bekijkt de bloem met een
vergrootglas ‘Hey, another subtropical allochthonous flower’ , de ander
rechtop, een beetje achterover gebogen, ‘They say this one will survive the
next ice-age’. (toelichting: ‘allochtoon’ slaat in alle Europese talen alleen
op planten, maar de WRR - Wetenschappelijke Raad voor de Regering -
introduceerde deze term rond 1990 voor migranten als nieuwe ‘neutrale’ term,
die inmiddels zoals gewoonlijk ook weer problematisch, zo niet een half
scheldwoord is geworden)
Mogelijk nadeel: niet alleen heel veel
werk, maar ook veel kans op negatieve graffiti-verminkingen. Achter het CS
links van de pont b.v. hingen zes antidiscriminatie-posters van de overheid
(vrouw, homo, jood, zwarte man ('huidskleur'), Noordafrikaanse man ('achternaam')
en vrouw met hoofddoek ('uiterlijk')), waarvan 'toevallig' de laatste twee
negatief waren beklad (maar op andere plekken kan dat anders zijn); één
vervelende stiekemerd kan al een hoop schade aanrichten. Dat zou niet echt
bemoedigend uitwerken, tenzij je misschien juist zou willen laten zien 'hoe erg
het is'. Dit nadeel geldt niet voor afbeeldingen op Internet of voor cartoons
in bladen, maar dan ben je wel het verrassingseffect kwijt.
12. Samenwerking met de Meiden van
Halal, en andere manieren om media-aandacht te organiseren, in
verband met een aansprekende activiteit. Of bijvoorbeeld een televisie-debat met Cisca Dresselhuys,
of een discussie in ‘haar’ blad Opzij
(zie ook 3.).
13. Ludieke acties (bij bedrijven;
symbolische 'bezetting' van DWI e.d.; iets op De Dam; i.v.m.
polders/molens/Deltawerken enz.) en/of artistieke
activiteiten (lied, koor, musical, toneel, ...; zie ook 11.).
14. Anorexie-onderzoek. Hoofddoek als
medicijn tegen anorexie? Half humoristisch en half serieus bedoeld. Bijvoorbeeld
huisartsen vragen of ze ooit een vrouw met hoofddoek én anorexie zijn
tegengekomen. Het zou kunnen dat vrouwen met een hoofddoek minder lijden onder
de 'terreur' van het slankheidsideaal en dus aan anorexie, maar dat zou ook
algemeen kunnen gelden voor vrouwen die b.v. nog dichter bij een traditionele
plattelandscultuur staan, dus eerlijkheidshalve zou je dan eigenlijk moeten
uitzoeken of vrouwen zónder hoofddoek, maar met een vergelijkbare (Marokkaanse,
Turkse, Somalische enz.) achtergrond eerder aan anorexie lijden.
15. Eigen media organiseren,
zoals een televisieprogramma (b.v. in samenwerking met de Meiden
van Halal of een BNN-serie
'Poldermoslima'; BNN zou relatief
open kunnen staan voor jonge moslims en eerder een natuurlijker beeld neer
kunnen zetten), een eigen radiorubriek
(in radio-Salam, of anderszins met een groter bereik) of een tijdschrift (als de markt daarvoor nog niet
oververzadigd is). Bijvoorbeeld een tijdschrift 'Poldermoslima'
met de nadruk op inhoud en niet al te glossy, een imam-rubriek ('meer dan
halal/haram'), met b.v. twee imams met verschillende accenten, maar ook de
voor- en nadelen van individuele zoektochten door de bronnen van het geloof
(‘mijn geloof’), die nu eenmaal gebeuren; liefst ook aantrekkelijk voor
niet-moslims, door dialoog-dingen en discussies over brandende maatschappelijke
kwesties. Je zou zelfs kunnen denken aan een gratis krant, die bijvoorbeeld in samenwerking met de Volkskrant
één keer per maand met de gratis Volkskrant in Amsterdam of landelijk
gedistribueerd zou kunnen worden. Niet helemaal ondenkbaar, omdat - afgezien
van het maatschappelijk belang - een dergelijke krant, gezien de specifieke
doelgroep, interessant zou kunnen zijn voor een bepaald soort advertenties en
adverteerders. Trouwens, samenwerking met moslim-ondernemers
zou ook in andere opzichten interessant kunnen zijn.
16. Sociale activiteiten,
al dan niet met media-aandacht (in de Meiden van Halal was er bijvoorbeeld 'de
Haagse Moslim Club', die bejaarden hielp naar het stembureau te gaan), zoals
iets met ouderen, zieken of gehandicapten (en hun mantelzorgers), of met
kinderen, een buurtactie, een park schoonmaken en vervolgens een picknick
organiseren (en weer opruimen natuurlijk), enzovoorts.
Sociale activiteiten zijn ook
op termijn belangrijk voor de beeldvorming en kunnen
worden onderverdeeld in
a) activiteiten gericht op de eigen gemeenschap (zeer
begrijpelijk: 'eigen mensen' steunen, mede gezien allerlei vormen van
achterstand; bijvoorbeeld scholieren helpen via mentoraat of huiswerkbegeleiding)
en
b) activiteiten gericht op de algemene bevolking (wat
verder van het bed, maar zeer nuttig voor de dialoog en de bestrijding van
negatieve beeldvorming; bijvoorbeeld ziekenbezoek in samenwerking met de
Ouderen Advies Raad).
Te denken valt bijvoorbeeld aan een soort vrijwilligerscentrale,
al dan niet als brug naar de officiële vrijwilligerscentrale. Andere
mogelijkheid: ondersteuning van de voedselbanken, als een soort
follow-up van de succesvolle Ramadan-actie, bijvoorbeeld door (moslim)
ondernemers aan te spreken op hun maatschappelijke verantwoordelijkheid, of
vergelijkbare initiatieven met kleding of huisraad.
17. Vormen van (preventieve) conflictbemiddeling.
Uiteraard alleen waar je een meerwaarde zou kunnen hebben en als je goed
beslagen ten ijs komt:
- hot spot mediation: bij oplopende spanningen zou
je een rol kunnen spelen bij het met elkaar in gesprek brengen van de
verschillende partijen;
- plattelandscampagne, bijvoorbeeld door langs scholen en jeugdcentra te gaan: de
grootste spanningen vind je tegenwoordig niet in de grote steden, maar vooral
in de kleinere steden in de provincie.