Voorstel
om het beter mogelijk te maken dat volwassen familieleden in het kader van
mantelzorg bij elkaar (in de buurt) kunnen wonen
Veel allochtone ouderen hebben een zwakke tot zeer zwakke
maatschappelijke positie. Vergeleken met hun Nederlandse leeftijdgenoten hebben
zij bijvoorbeeld een lager inkomen, een lager opleidingsniveau, een slechtere
gezondheid en slechtere huisvesting. Mede door taalproblemen participeren zij
minder in de Nederlandse maatschappij en zijn zij minder goed op de hoogte van
diensten en voorzieningen voor ouderen. De BOMO-werkgroep ‘ouderen en
huisvesting’ kan niet al deze problemen tegelijk aanpakken. Daarom richt de
werkgroep zich voorlopig met name op twee speerpunten: wonen-en-zorg voor
ouderen, en voorlichting. Binnen dit kader vraagt de werkgroep nu aandacht voor
een belangrijk deelonderwerp, namelijk het bij elkaar (in de buurt) kunnen
wonen van ouderen en hun volwassen kinderen.
Zowel uit
onderzoek als uit signalen uit het veld komt keer op keer naar voren dat veel
ouderen graag samen met, of dichtbij hun kinderen willen wonen. Ook de kinderen
zelf willen hun ouders graag in de buurt hebben, om hen makkelijker te kunnen
bezoeken, helpen en verzorgen (zie bijlage). Bij autochtone ouderen en hun
volwassen kinderen leeft het verlangen om bij elkaar (in de buurt) te wonen
trouwens ook, zij het waarschijnlijk minder sterk. Een andere aandachtsgroep
waar deze wens zeer sterk leeft, zeker ook onder autochtonen, betreft volwassen
gehandicapten en hun ouders of andere verwanten. In de praktijk lukt het
families echter nauwelijks om deze wens te verwezenlijken: de aard van het
woningbestand, de krappe woningmarkt en het systeem van woonruimteverdeling
maken het zeer moeilijk om grote woningen of woningen in elkaars nabijheid te
vinden.
Dit
probleem doet zich niet alleen voor in Amsterdam-Oost/Watergraafsmeer,
en oplossingen zullen dan ook op het niveau van de stad gerealiseerd moeten
worden. Het gaat hier
echter om zo’n belangrijk onderwerp, dat de werkgroep
wil starten met een campagne om het bij elkaar (in de buurt) wonen van families
beter mogelijk te maken, te beginnen met ons stadsdeel. Het
stadsdeel zou dit weer in kunnen brengen bij de Centrale Stad en bij het
stadsdelenoverleg. Maar ook woningcorporaties, instellingen en migrantenorganisaties
zijn van belang. Ook een handtekeningenactie, gericht op zowel personen als organisaties, zou te overwegen zijn.
De werkgroep
doet dit voorstel in de overtuiging dat dit niet alleen voor de direct
betrokkenen, maar ook voor de overheid en de samenleving als geheel grote
voordelen heeft. De nadelen daarentegen zijn gering, vooral als de betrokken
familieleden al in Amsterdam wonen. In het volgende zullen we eerst de
argumenten uiteenzetten die voor een dergelijke campagne van belang zijn. Vervolgens
doen we een paar concrete suggesties die ons inziens tot aanzienlijke
verbeteringen zouden leiden en waar de campagne zich feitelijk op zou moeten
richten.
Argumentatie:
zorg-argument:
In een
vergrijzende toekomst zal de behoefte aan ouderenzorg - kwantitatief en
kwalitatief - drastisch stijgen. Ouderenzorg enkel en alleen door professionele
instellingen zal in toenemende mate een onhaalbare en vooral onbetaalbare kaart
blijken. Steeds meer zal er ook een beroep worden gedaan op zelfredzaamheid én
mantelzorg-arrangementen (kinderen en andere familie, vrienden, buren). Dat zal
overigens alleen op een verantwoorde manier kunnen als er wel voldoende
professionele zorg en ondersteuning-op-maat voorhanden is. Zelfredzaamheid kent
zijn grenzen, want de aaibare en betaalbare huisrobot zal nog wel even op zich
laten wachten en niet iedereen kan uit eigen zak zorg inkopen. Anderzijds neemt
de sociale basis voor mantelzorg door lange-termijn processen van
individualisering en verzakelijking eerder af dan toe. Elegante
persoonsgebonden budgetten kunnen zeker helpen, bijvoorbeeld doordat (een deel
van) de mantelzorg betaald kan worden en doordat ze, bij collectieve
aanwending, interessante mogelijkheden bieden voor informele netwerken en
zelforganisaties (en daarmee ook voor versterking van de sociale cohesie: zie
volgende argument). Maar aan de andere kant betekenen deze 'PGB's' toch niet
meer dan een verschuiving binnen het totale zorgbudget in de hoop op een
effectievere aanwending. Alles bij elkaar alle reden voor de overheid om
uitermate zorgvuldig met het resterende zorgpotentieel in de samenleving om te
springen, ook via het huisvestingsbeleid. Daar komt nog het 'ouderwetse'
argument bij dat vrijwillige informele zorg een persoonlijk karakter heeft
waarin ook de beste professionele zorg maar moeilijk kan voorzien. Het belang
van mantelzorg geldt des te meer voor allochtonen, waar wens en verwachting van
familiezorg nog altijd in brede kring leven: minstens 31%-62% van verschillende
etnische groepen (exclusief partnerzorg, zie bijlage), over meerdere
generaties. Bovendien zijn allochtone ouderen nu nog vaak bijna uitsluitend
aangewezen op mantelzorg, omdat de afstand tot de professionele zorg qua taal,
cultuur, informatie en vertrouwen nog erg groot is, maar dat probleem zou op
termijn opgelost moeten kunnen worden.
sociale cohesie-argument:
Modernisering
leidt niet alleen tot individualisering, maar ongewild vaak ook tot
anonimisering en vermindering van sociale cohesie en sociale controle. Het
tegemoetkomen aan de wens van familieleden om bij elkaar te wonen, kan dit
proces deels tegengaan. Een zoon die voor zijn moeder boodschappen doet, haalt
allicht ook een pak melk voor haar zieke buurvrouw, wijst zo nodig kinderen op
straat terecht, enzovoorts (zo bleek in een tv-documentaire vorig jaar over een
experiment met vooral Turkse families in de buurt van Rotterdam dat het
vandalisme daar drastisch was afgenomen). Vaak is er sprake van second
generation flight: de kinderen trekken weg, deels voor meer vrijheid, maar
in belangrijke mate ook omdat ze in hun oude wijk domweg geen passende
woonruimte kunnen vinden. Dit geldt net zo goed voor autochtonen als voor
allochtonen, al lopen die laatsten vaak een fase achter.
(Sociaal-economische wijkdifferentiatie is net als spreiding
tegenwoordig nogal in de mode, maar zoals bijvoorbeeld Duyvendak heeft betoogd,
is het vanuit cohesie-standpunt veel zinvoller om sociale stijgers in de wijk
zelf vast te houden (mét hun sociale binding en participatie in organisaties en
informele netwerken) dan rijkeren van buitenaf aan te trekken (die in de
praktijk vaak sociaal afzijdig blijven of zich beperken tot hun eigen
netwerken). En onder die sociale stijgers zit ook een aantal allochtonen van de
tweede generatie.)
politiek legitieme eisen-argument:
Vele burgers
- trouwens ook autochtone - koesteren deze legitieme verlangens, al is er (nog)
geen sterke pressiegroep om daarvoor op te komen. Legitieme verlangens, want
het gaat om belangrijke levensterreinen en de realisatie ervan lijkt algemeen
maatschappelijk gezien eerder positieve dan negatieve effecten op te leveren.
Een van de redenen om in het huisvestingsbeleid over te gaan op het aanbodmodel
was juist om meer recht te doen aan vraaggerichtheid, terecht een
centraal modern beleidsconcept. Maar ten aanzien van de hier besproken
'familie-bij-elkaar' wensen is de vraaggerichtheid binnen de huidige
systematiek ver te zoeken.
budget-argument (zie ook zorg-argument):
Uiteraard is
dit een gevaarlijk argument, want goede, volwaardige zorg dient voorop te staan
en het laatste wat we zouden willen is dat deze hele argumentatie misbruikt zou
worden voor verkapte bezuinigingsoperaties. Dat gezegd zijnde, blijft het een
feit dat het faciliteren van vrijwillige (en ondersteunde) mantelzorg wel eens
heel veel belastinggeld zou kunnen besparen.
Mogelijke
instrumenten woningmarkt:
(grotendeels
gebaseerd op "Voortgangsrapportage gemeenschappelijk wonen voor allochtone
ouderen in Rotterdam" door Els de Jong, Bureau voor Woononderzoek, 2000,
in opdracht van de SEV, Stuurgroep Experimenten Volkshuisvesting)
meervoudige woningen
'Familie bij
elkaar' kan twee vormen aannemen: ofwel samen in één huis, ofwel in meerdere
zelfstandige woningen in elkaars buurt. Hoewel de behoefte aan het eerste lijkt
af te nemen ten gunste van het tweede, leven met name onder allochtonen beide
wensen in brede kring (zie bijlage). Samen in één huis betekent grote woningen,
en daaraan is zoals bekend in Amsterdam groot gebrek. Eén manier om daar iets
aan te doen is door nieuwbouw van meergeneratiewoningen of kangoeroewoningen.
Wooncorporaties zijn hier begrijpelijkerwijs niet al te happig op: het is duur,
de toekomstige maatschappelijke behoefte aan zulke woningen is onzeker, en
vooral ook is het moeilijk en akelig om de tweede generatie eruit te krijgen
als de eerste generatie er ooit niet meer is. Een meer flexibele manier die aan
deze bezwaren tegemoet kan komen is het realiseren van tandemwoningen,
dat wil zeggen twee aparte (bestaande) woningen, bijvoorbeeld in hetzelfde
portiek, die onderling worden doorverbonden. Een dergelijke woning kan relatief
eenvoudig worden opgesplitst en desgewenst weer als twee aparte woningen worden
verhuurd.
aanvulling na reactie wethouder:
Als de normale toewijzingsregels niet worden veranderd om dit te faciliteren,
dan is er des te meer reden om op een andere manier toch aan deze wens tegemoet
te komen, bijvoorbeeld bij herstructurering. Mocht de (flexibele)
tussenverbinding teveel problemen opleveren, dan kan worden volstaan met losse
woningen dicht bij elkaar.
mantelzorgindicatie of sociale indicatie
Familie die
bereid is per direct of in de voorzienbare toekomst mantelzorg te geven, krijgt
voorrang als er een woning in de buurt van de oudere vrijkomt (of ook: de
oudere krijgt voorrang als er een woning in de buurt van die familie vrijkomt).
Een
dergelijke indicatie kan zeker op weerstand rekenen van woningcorporaties en
andere actoren in woningdistributie-land. Het is namelijk in strijd met de
principes van het aanbodmodel (woningzoekenden moeten reageren op het aanbod in
de woningkrant, met voorrang naar woonduur in de huidige woning = begunstiging
'oudwoners'). Verder zit de Amsterdamse woningmarkt zo dicht (o.a. door te
weinig nieuwbouw) dat nu al een groot deel van de weinige vrijkomende woningen
wordt opgeslokt door reeds bestaande voorrangsgroepen (zoals
stadsvernieuwingsurgenten) en aandachtsgroepen (zoals gehandicapten, voormalig
dak- en thuislozen en (ex-)psychiatrische patiënten). Toch is het belangrijk
dat er een dergelijke indicatie komt. Op korte termijn vooral om een politiek
signaal af te geven dat het hier om een belangrijke kwestie gaat, en op langere
termijn omdat zo'n indicatie wel degelijk effect kan hebben als de doorstroming
- wie weet - ooit weer op gang komt. Tenslotte willen we nog opmerken dat -
gesteld dat beide partijen al in Amsterdam wonen - er bij een
'mantelzorgverhuizing' altijd ook weer een woning vrijkomt. Zo bezien is er
sprake van sociale woningruil. Hierdoor is het negatieve netto-effect op de
doorstroming zeer beperkt en dat geldt vaak niet voor de andere voorrangs- en
aandachtsgroepen.
aanvulling na reactie wethouder:
Om fraude te vermijden kan een dergelijke indicatie pas afgegeven worden als er
al sprake is van een officiële RIO-zorgindicatie, van een nader te bepalen
niveau. Daarnaast kan bepaald worden dat een aldus verworven woning niet beter
mag zijn dan de woning die wordt achtergelaten.
duo+ -aanbiedingen (binnen aanbodmodel)
Een deel van
de woningen met twee of meer tegelijk aanbieden en een bepaalde periode
afwachten of daar passende kandidaten (bijvoorbeeld met een sociale indicatie)
op reageren. Voordeel hiervan is dat deze methode beter past in het aanbodmodel
en daarom waarschijnlijk minder weerstand op zal roepen. Nadeel is dat het
juist in Amsterdam met zijn verstopte doorstroming niet vaak voor zal komen dat
meerdere woningen in elkaars buurt tegelijk vrijkomen, behalve bij
herstructurering en dan verloopt de woningtoewijzing toch al vaak buiten het
aanbodmodel om. Bovendien leidt dit tot twee verhuizingen in plaats van één. In
Utrecht is onlangs een experiment in deze richting begonnen.
aanvulling na reactie wethouder:
Twee geschikte woningen die toevallig tegelijkertijd vrijkomen binnen een
straal van bijvoorbeeld 500 meter, kunnen zowel als duo als gewoon ‘los’ worden
aangeboden. Als er zich binnen de normale termijn geen passend ‘mantelzorg-duo’
meldt, gaan de woningen gewoon naar aparte kandidaten. In deze – meest magere –
variant is er geen sprake van extra wachttijd of extra onkosten voor de
gemeente of anderen.
oprichting bemiddelingsbureau
Een bemiddelingsbureau – qua
werkwijze enigszins vergelijkbaar met bureau doorstroming in Rotterdam en
Centraal Wonen – zou vraag en aanbod bij elkaar moeten brengen. Aan de
vraagkant zou zo’n bureau kunnen inventariseren wie er precies paarsgewijs (en
eventueel ook groepsgewijs) willen wonen, en waar. Het bureau zou dan zelf naar
mogelijkheden kunnen gaan zoeken en/of deze informatie kunnen doorspelen naar
aanbieders en andere betrokkenen. Aan de aanbodkant zou zo’n bureau kunnen
zoeken naar mogelijkheden voor paarsgewijs (en eventueel groepsgewijs) wonen,
met name bij woningen die nog niet gelabeld
en in de woonkrant aangeboden zijn en bij woningen die buiten het
aanbodmodel om worden toegewezen, zoals bij herstructurering. Een dergelijk
bureau zou dus goed (en op tijd) op de hoogte moeten zijn van ontwikkelingen
aan beide kanten, wat misschien ook in de bemensing ervan tot uitdrukking zou
moeten komen. Verder zou het goed bekend en gemakkelijk toegankelijk moeten
zijn. Tenslotte zou zo'n bureau geen afwachtende houding moeten aannemen, maar
juist initiatieven moeten nemen (uiteraard ook in de richting van migranten en
hun organisaties, bijvoorbeeld via voorlichting en ‘acquisitie’ van
woningzoekenden) en de nodige flexibiliteit en creativiteit zien los te
krijgen. Het zou bijvoorbeeld een actieve rol op de woningruilmarkt kunnen
vervullen, met name bij complexe woningruilen waar meer dan twee woningen bij
betrokken zijn.
bijlage
(gegevens ontleend aan The SmartAgent
Company, 'Woonbeleving Allochtonen', 2001, pp. 21-26; een onderzoek in opdracht
van VROM e.a. dat ook binnen de gemeente Amsterdam als beleidsrelevant wordt
gezien: http://www.smo-ov.nl/PDF/onderzoek%20woonbeleving%20allochtonen.pdf)
woonwensen 'oude dag' ouderen en kinderen
bij kinderen/familie in huis (samen/aparte
kamer/meergeneratiewoning) of in de buurt:
in huis in de buurt totaal
Turks
ouderen 21% 35% 56% (weet
niet 13%)
kinderen 54% 24% 78%
Marokkaans
ouderen 52% 36% 88%
kinderen 55% 22% 77%
Surinaams
ouderen
0% 36% 36%
(weet niet 23%)
kinderen 22% 28% 50%
groepswonen:
etnisch algemeen totaal
Turks
ouderen 8% 0% 8%
kinderen
3% 3% 6%
Marokkaans
ouderen 8% 0% 8%
kinderen
8% 2% 10%
Surinaams
ouderen 22% 5% 27%
kinderen 14% 13% 27%
zorgverwachting ouderen en kinderen:
(belangrijk voor huisvesting en
ondersteuning mantelzorg)
partner kind/familie algemeen etnisch niemand +
Turks weet
niet
ouderen 31% 31% 22% 2% 14%
(!)
kinderen 20% 65% 8% 6% 1%
Marokkaans
ouderen 34% 60% 2% 4% 0%
kinderen 24% 62% 5% 7% 3%
Surinaams
ouderen 16% 40% 16% 0% 28%
(!)
kinderen 14% 58% 18% 5% 5%
Opvallend:
- belang van familie
- vrij grote verschillen tussen etnische
groepen
- soms forse onzekerheid ("weet
niet")
- vrij groot verschil tussen ouderen en
kinderen (deels door 'sociaal wenselijke' antwoorden, deels door gebrek aan
dialoog tussen de generaties?)
- cijfers beïnvloed door onkunde
respondenten (40% Turken/Marokkanen slecht op de hoogte)
Conclusie: wel behoefte aan verder onderzoek, voorlichting en mobilisatie, maar al
genoeg informatie om alvast (stevig) aan de weg te timmeren.
Hierbij
bieden wij u een lijst aan van organisaties die het ‘Voorstel om het beter
mogelijk te maken dat volwassen familieleden in het kader van mantelzorg bij
elkaar (in de buurt) kunnen wonen’ ondersteunen. Dit voorstel is op initiatief
van stichting Ibno Khaldoun en andere migrantenorganisaties ontwikkeld binnen
de werkgroep ‘ouderen en huisvesting’ van het BOMO (Bestuurlijk Overleg
Migranten Organisaties Oost/Watergraafsmeer). Het is door het stadsdeel
overgenomen en begin februari als notitie met een begeleidende brief naar u
opgestuurd. Parallel hieraan loopt er een campagne (gecoördineerd door Ibno
Khaldoun) om hiervoor steun te verwerven onder andere maatschappelijke
organisaties. Als wij goed zijn ingelicht zult u zich zeer binnenkort (volgende
week?) buigen over een reactie op deze brief van het stadsdeel. Daarom sturen
wij u nu deze lijst van organisaties, hoewel onze steunverwervingscampagne
eigenlijk nog niet is afgerond. Naar onze mening geeft deze lijst door zijn
samenstelling toch al een duidelijke indicatie dat er voor (de strekking van)
dit voorstel een breed maatschappelijk draagvlak bestaat en wij hopen dat u dit
in uw afweging zult willen meenemen.
Hoogachtend,
namens stichting Ibno Khaldoun,
M. Echarrouti
M.
Sadek
T. Venema
Lijst van ondersteunende organisaties:
Al Maarif
EBGA Evangelische
Broedergemeente Amsterdam
Fetih
Ibno Khaldoun
Itihaad Chora
OMVA Organisatie
Marokkaanse Vrouwen in Amsterdam
SAN Oost Surinamers-Antillianen-Nederlanders
Oost
SSCCM Stichting
Sociaal-Cultureel Centrum Marokkanen
TISCC Turks
Islamitisch Sociaal-Cultureel Centrum
Ufuk
ACB Amsterdams
Centrum Buitenlanders
MDSO Maatschappelijke
Dienstverlening en Samenlevingsopbouw Oost
SWO Stichting
Welzijn Oost
Zorg
ABCZ Amsterdamse
Bundeling Consumenten in de Zorg (APCP, COSBO, SGOA en RFvO)
APCP Amsterdams
Patiënten en Cliënten Platform
COSBO Centraal
Orgaan Samenwerkende Bonden voor Ouderen
SGOA Stichting
Gehandicapten Overleg Amsterdam
Initiatiefgroep Platform Mantelzorg
Amsterdam en Diemen i.o.
CABO Centrum
Advies en Beleid Oudere migranten
FSM Federatie
Steunfuncties Minderheden:
SSA Steunfunctie
Surinamers Amsterdam
ACB reeds
vermeld bij BOMO-organisaties
SMR Stedelijke
Marokkaanse Raad
* de OAR pleit ervoor dat de voorgestelde
maatregelen ook voor niet-verwanten gelden.
PS: Na het versturen van deze brief zijn er
nog steunverklaringen binnengekomen van
IMES Instituut voor
Migratie- en Etnische Studies (althans bij monde van zijn directeur, prof.
Rinus Penninx)
UMMON Unie
van Marokkaanse Moslim Organisaties in Nederland
EMCEMO Euro-
Mediterraan Centrum Migratie en Ontwikkeling